‘Wakker worden. Er staat je een leuke dag te wachten. Niet alleen ontvang je vandaag het Signaal, je kan ook een douche nemen ! Wakker worden.’
‘Snooze !’ geërgerd riep Dick naar zijn boordcomputer, maar het haalde niets uit want de fluwelen vrouwenstem vervolgde:
‘Nu niet humeurig zijn, het is hoog tijd dat je opstaat. En je weet best dat je de snooze-functie verleden week hebt gewist.’
Dick bemerkte tevreden de strenge ondertoon in de computerstem. Als de stem in elke situatie dezelfde intonatie zou hebben, zou hij het niet lang verdragen. Hij gebruikte die stem nu al meer dan een jaar. De hoogste tijd om te veranderen, dacht Dick, want hij had al een paar keer merkwaardige dromen gehad over zijn boordcomputer. Als je meerdere reizen na elkaar in een éénmansruimteschip rondreist raadt men aan om de drie maand van stem te verwisselen. "Dat zal ik ook doen," nam Dick zich voor, "maar niet vandaag."
‘Al goed, Alice, niet boos worden. Ik sta al recht.’
Dick liet zich uit zijn bed glijden en zweefde naar de keuken. "Een leuke dag ! Ik kan al raden van wie ik post zal ontvangen," dacht Dick somber. Hij nam een vacuümkoek uit de kast en stak het in de hydrator. Terwijl hij mechanisch zat te kauwen rekende hij uit hoelang het zou duren om de snoozefunctie opnieuw te programmeren. "Alsof Alice het niet met één bevel zelf zou kunnen klaren. Maar nee, ‘het is niet volgens de regels.’ Als ze mij kan pesten vindt ze altijd wel hier of daar een stom voorschrift. Waarom heb ik het in de eerste plaats eigenlijk gewist ?" Dick nam zich voor geen goede voornemens meer te nemen.
Zijn blik gleed over de deur van het laadruim. Achter die deur lag een schat van de Goden. De waarde was bijna niet in geld uit te drukken. Tienduizend flessen, gevuld met een drankje waarbij de beste champagne in het niets verzonk. De goudkleurige vloeistof kon alleen gedronken worden door de allerrijksten, en dat gebeurde dan nog alleen bij speciale gelegenheden. Als je het eenmaal dronk werd alle andere alcohol in één klap herleid tot smakeloos regenwater. Niet dat dit Dick weerhield op tijd en stond nog eens van zijn biervoorraad te proeven. Maar het maakte zijn hunker naar de Goudendrank alleen maar erger. Want hij had er al één keer van kunnen genieten, en hoe !
Op zijn vorige tocht had hij de deur open gekregen, ondanks alle voorzorgsmaatregelen van zijn opdrachtgevers. Niet veel mensen kunnen zeggen dat ze twee weken lang iedere dag Goudendrank konden drinken. Volgens Dick zelf was hij de enige mens, hoewel hij twijfelde over Zyndon, de mediamagnaat van de Nucleus. Hij mocht van geluk spreken dat hij zijn bestemming nog heeft kunnen halen. Na zo’n wapenfeit is het minste dat je zou kunnen verwachten dat Dick ontslagen zou zijn. Maar hij was dan ook niet zomaar een piloot van een vrachtschip, maar één van de beste op de smokkelroute. Nu had hij terug een voorraad Goudendrank achter een deur die omgebouwd was tot een onkraakbare brandkastdeur. Dick vond het de ergste straf die hij had kunnen krijgen.
* * *
‘Dick, binnen vijf minuten ontvangt onze sector het Signaal,’ de stem van Alice had nu een zweem van liefelijkheid, alsof ze het weer wilde goedmaken. Vanuit de Nucleus draaide als een vuurtoren een Montagstraal traag rond, zodat ieder punt in het Melkwegstelsel om de twee Standaardweken werd overspoeld met een stroom sneller-dan-het-licht-deeltjes die nieuwsberichten, reclameboodschappen en persoonlijke brieven overbracht.
Dick verplaatste zich naar de cockpit en keek in de ruimte. Buiten zijn bolvormig ruimteschip werd het beeld gedomineerd door een heldere gele ster van een onbekend zonnestelsel. Tijdens het smokkelen kwam hij regelmatig in nog niet in kaart gebrachte zonnestelsels omdat hij zo de verkeerscontrole kon omzeilen. Hij vond het jammer dat hij zijn ontdekkingen geheim moest houden. Deze keer meldden zijn instrumenten maar liefst twee zuurstofplaneten. Een zuurstofatmosfeer duidde meestal op leven. Ze waren beide radiostil zodat ze waarschijnlijk niet bevolkt waren door intelligent leven. "Weer twee kolonisatieplaneten die ik laat schieten," dacht Dick.
‘Het is er,’ zei Alice, ‘Dit zijn de hoofdpunten van het nieuws. Er is een bestand bereikt tussen Spica-III en Spica-IV. De eerstgenoemden halen de aanvalsschepen weg uit hun baan rond Spica-IV. De Sagittarianen houden toezicht op het bestand. Het vrachtverkeer tussen de Nucleus en de Spiralen is verleden Soljaar toegenomen met 6 % wat neerkomt op een totale goederenverplaatsing van 0,45 Standaard-Stermassa. Zyndon heeft aangekondigd dat een tweede Montagstraal…’
‘Genoeg van dat,’ riep Dick uit, ‘spaar de rest maar op voor de volgende dagen.’
‘En er is ook nog een brief voor Dirk Washton,’ voegde Alice er aan toe.
‘Wil je het afdrukken ?’ Dick haalde het papiertje uit de gleuf. Hij kon de brief niet aanhoren met de stem van Alice.
Dicks echte naam was Dirk Washton, maar wegens een misverstand vroeger, werd hij al altijd Dick genoemd. Nu bijna iedereen op aarde een soort Engels sprak, was Dirk een ongewone naam geworden. Zijn moeder was gek op leeuwen geweest, een Aardse dierensoort die lang geleden was uitgestorven. Ze had eens gelezen dat een Dirk de eerste ruimtevaarder was geweest van het land van de leeuwen.
Hij keek naar de afzender van de brief.
‘Dindok !’
Dindok was het Aquila-equivalent van een vrouw, daar was Dick het vroeger volledig mee eens. Als je je niet stoorde aan de hemelsblauwe huidkleur, de grote groene ogen en de zes borsten kon ze nog gemakkelijk doorgaan als een aantrekkelijke Aardse vrouw. Als ruimtevaarder moet je ruimdenkend zijn, dacht Dick, en op Aarde hadden ze samen een leuke maand doorgebracht. Totdat hij begon door te krijgen dat kleur en het aantal borsten niet het enige was dat verschilde van de Homo Sapiens. Volgens Dick kwam op Aarde de bidsprinkhaan nog het best overeen met de Aquilaanse. Een week voor hij vertrok op deze missie had hij haar verlaten. Hij had al zijn kennis en ervaring nodig gehad om zich aan boord van zijn eigen ruimteschip te smokkelen. Sindsdien kreeg hij iedere twee weken een brief. "Binnenkort wordt een tweede Montagstraal in gebruik genomen, dan is het wekelijks," dacht Dick.
Hij vroeg zich af of er insektenpsychologen bestonden, want voor hen zou Dindok goed studiemateriaal vormen. "Ze woont nu al zo lang op Aarde, kent ze nog altijd de lokale gebruiken niet ?" vroeg Dick zich af toen hij de brief wilde wegleggen. Plotseling viel zijn oog op het woord ‘kind’.
‘Wat ?’ riep Dick uit. Hij las verder terwijl zijn ongeloof groeide. Normaal zou dit een goeie grap geweest zijn, want het was algemeen bekend dat ze onmogelijk een kind van hem kon verwachten.
‘En ze schrijft het dan nog in het enkelvoud ook,’ begon Dick luidop te zeggen. Meestal krijgen Aquilaanse vrouwen drie nakomelingen bij een zwangerschap, waarom zouden ze anders zoveel borsten hebben. Maar wat Dick ergerde was dat ze dit bericht zomaar naar honderden bewoonde werelden in zijn huidige sector had gestuurd. Hier en daar stond er wel een automatische installatie die alles registreerde en in reusachtige databanken opsloeg. Wegens de reusachtige informatiestroom kon men het waarheidsgehalte onmogelijk gaan beginnen nakijken voor men het opsloeg. Zodat er nu ergens in een databank zou zitten : "Dirk Washton, mogelijk vader van één kind" en in een volgende wegens plaatsbesparing : "Dirk Washton, 1 kind". Op zich was dat nog niet zo erg want iedereen wist hoe die gegevens werden verzameld. Maar Dick hoorde nu al de douanier zeggen wanneer hij - zeg maar - over vijf jaar op de planeet Virge zou toekomen, "Op uw visum staat niet vermeld dat u een kind hebt ?"
* * *
Dick zweefde naar wat je boven zou kunnen noemen en haalde een biertje uit de kast. Toen hij het opende koelde de inhoud in enkele seconden af tot zo'n tien graden. Voor de toegang tot het vrachtruim maakte hij bewegingen in gewichtloosheid die het best konden omschreven worden als ijsberen. "Er moet gewoon een manier te vinden zijn om die deur te openen," sprak hij zichzelf hoopvol in. Maar hij wist dat niets, maar dan ook niets wat hij kon ondernemen de deur kon openen zonder het schip in gevaar te brengen. Alleen Alice had controle over het openingsmechanisme.
‘Alleen Alice, ...Alice !’ riep Dick uit. Hij had een idee gekregen.
‘Wat is er, Dick ?’ antwoordde Alice meteen.
‘Euh, niets. Ik zei niets,’ mompelde Dick, diep nadenkend over zijn embryonaal plan. Alice vroeg bezorgd: ‘Voel je je wel goed ?’
‘Oh, ik voel me zeer goed. Eigenlijk voel ik me uitstekend !’ riep Dick bijna triomfantelijk, hij had een geweldig plan uitgewerkt. Alice bleef stil maar startte wel onopgemerkt een psychologisch monitorprogramma om de ongewone gedragingen van Dick te analyseren. Het resultaat was dat Dick in een uiterst gelukkige toestand bleek te verkeren.
‘Was het een mooie brief ?’ vroeg Alice vriendelijk.
‘De brief ? Oh, nee. Ik bedoel, niet erg uitzonderlijk,’ sprak Dick verward.
Alice peilde verder: ‘Dan kijk je vast uit naar je douche onder 1,3 zwaartekracht ?’
‘Ja, hoelang nog voor de versnelling ?’ vroeg Dick vlug.
‘Binnen een uurtje worden de motoren gestart.’
"Binnen een uurtje drink ik Goudendrank uit een gewoon glas !" dacht Dick heel zelfzeker.
‘Wel, Alice, ik zal zeer blij zijn als ik weer eens op de grond zal kunnen staan,’ zei Dick tevreden. Ze stopte de psychomonitor.
Dit was zijn plan. Alleen in een noodsituatie ging Alice de deur openen, een levensbedreigende situatie. Dick had het voordeel dat de sensoren van Alice niet alles voor honderd procent konden meten. Hij ging een zeer realistisch toneelstukje opvoeren. Als Alice voor het dilemma kwam te staan waarbij haar sensoren vertelden dat er niets aan de hand was en tevens een menselijk wezen dreigde om te komen als ze zijn bevelen niet opvolgde, moest ze altijd de zijde kiezen van de mens. "Ze zal verslagen worden door haar eigen regeltjes !" lachte Dick in zichzelf. Hij ging een onschadelijke rookontwikkeling laten ontstaan en doen alsof hij aan het stikken was. Daarbij zou hij smeken dat ze de deur zou openen opdat hij weer frisse lucht zou kunnen inademen. De Goudendrank werd niet bewaard in het luchtledige, maar bij een normale atmosfeer omdat het, net als wijn, door de kurk moest kunnen ademen. En omdat het volledig was afgesloten had het een onafhankelijk luchtverversingssysteem.
Alles was in gereedheid gebracht in de centrifugekeuken. In zijn studententijd had één van zijn kotgenoten eens de hele keuken gevuld met een dichte witte rook toen hij probeerde een Cepheiaanse delicatesse klaar te maken. Hoewel het resultaat niet te eten was geweest had Dick altijd het recept onthouden. Hij voegde één liter azijn toe, een witte rookwolk steeg op.
‘Ugh,’ kuchte hij terwijl hij achteruit deinsde, ‘wat is dit ?’
‘Wat gebeurt er ?’ vroeg Alice zakelijk.
‘Ik weet... het niet,’ antwoordde Dick, nu volledig omringd door de dichte rook, ‘al wat ik deed was een... beetje azijn... toevoegen.’
‘Kan je er geen deksel op plaatsen ?’ stelde Alice voor.
Dick begreep dat Alice de ernst van de situatie niet doorhad.
‘Ik zie geen steek voor mijn ogen... en ik krijg... bijna geen lucht meer !’
‘Ik heb de zuurstofmaskers laten vallen,’ repliceerde ze.
‘Die vind ik nooit... in die rook... ik stik !’, schreeuwde Dick, nu vlakbij de deur van het laadruim.
‘Mijn sensoren meten een onschadelijke rook, Dick,’ zei Alice met een haast achterdochtige klank.
‘Moet een onbekende schei...kundige reactie zijn, ik kan bijna... niet meer ademen. Ik sta vlak bij... het laadruim... daar is frisse lucht,’ probeerde Dick.
Maar Alice negeerde hem: ‘Kruip in je ruimtepak net naast je, aan de rechterkant.’
‘Dat is… vol rook. Dat duurt te... lang,’ zei hij wanhopig. ‘Vlug, open… de... deur, ik... stik !’ bracht Dick uit.
Alice was even stil en zei toen terwijl de deur langzaam opende: ‘Het is hoogst ongewoon, maar ik heb geen alternatieven meer.’
Dick zag door de spleet het gouden lichtschijnsel weerkaatsen.
* * *
Als in een trance zweefde hij tussen de rekken. Goudendrank ! Hij nam met overdreven voorzichtigheid een fles in de handen en bekeek het aan alle kanten. Toen werd hij opgeschrikt door het omkeren van een elektrische motor. Hij keek om en zag dat de deur weer traag aan het sluiten was.
‘Neen !’ riep Dick verschrikt uit. Hij had bij het opstellen van zijn plannetje alleen getracht ín het laadruim te komen, wat er nadien moest gebeuren, daar had hij niet aan gedacht. Nu kwam hij in paniek toen hij besefte dat hij werd opgesloten. "Je moet hier uit," vertelde zijn instinct hem. Hij trok zichzelf voort naar de sluitende deur. Hij kon zich nog net door de nauwe opening wringen, maar daarbij vloog de fles uit zijn hand. De fles kwam klem te zitten tussen de deur die onverbiddelijk aan het sluiten was. Terug in het leefcompartiment zag Dick door de rook de fles en greep hem vast. Hij had de fles terug in zijn handen, maar de kurk bleef geklemd en werd nu geplet door de deur. Dit had Dick niet door en hij bracht de fles naar zich toe. "Ik heb toch één fles weten te bemachtigen," suste Dick zichzelf, "daarvoor was het die moeite al meer dan waard." Tot zijn grote ontsteltenis zag hij dat een sliert vloeistof uit de fles kwam en zich opsplitste in vibrerende bollen. Hij zette vlug zijn hand op de fles en volgde ongerust het kostbare goedje. Rondzwevende vloeistof kon aanzienlijke schade toebrengen zoals kortsluiting. Door de rook die nu minder dik geworden was ontwaarde Dick zijn ruimtepak tegen de wand, net voordat de vochtbellen botsten tegen de binnenvoering.
‘Oh, nee !’ zuchtte Dick. Zijn ruimtepak absorbeerde de Goudendrank.
‘Ik zie dat je weer in orde bent,’ sprak Alice hem toe.
‘Ja, alles is in orde.’
‘Ik zie ook dat je een fles Goudendrank in je handen hebt.’ De rook was nu al heel ijl geworden want de airconditioning gierde op volle kracht.
‘Euh, ja. Ik zie het ook.’ Dick zag dat hij er nog één glas zou kunnen uithalen.
‘Waarom ben je weer zo vlug naar buiten gekomen ?’ vervolgde Alice.
‘Wel, ik kwam in paniek.’
Alice zei: ‘Volgens mij was je in paniek vóór je kon vluchten naar het laadruim.’
‘Dat ook, maar - maar toen zag ik al die Goudendrank, en ik dacht, ik kan maar beter de rook trotseren. Je weet wat er de vorige reis gebeurd is, nietwaar Alice ?’ Dick vroeg zich af waarom hij in hemelsnaam zo vlug weer naar buiten was gegaan.
‘Een wijze beslissing, zonder twijfel. Ik had de deur nooit mogen openen, maar ik dacht werkelijk dat je in levensgevaar was. Heb ik goed gehandeld ?’
‘Je hebt héél goed gehandeld,’ antwoordde Dick, ‘laten we dit voorvalletje maar vergeten.’
‘Ik ben blij. Nog iets belangrijks, Dick. Bereid je maar voor op de versnelling. Het is binnen vier minuten.’
‘Oké, dat zal ik doen,’ hij zweefde naar de keukenkast en haalde er een glas uit.
* * *
Daar was het. De motoren werden gestart. Het ruimteschip zou afremmen dichtbij de tweede planeet. De bedoeling was in een voldoende sterk gravitatieveld te komen om een referentiepunt te hebben voor de sprong. Samen met het zwaartekrachtveld van de ster kon zo een geschikt wormgat gekozen worden om naar een ander zonnestelsel te ‘springen’. Hoe trager men viel, hoe nauwkeuriger de eindbestemming kon bepaald worden, vandaar het afremmen. Het afremmen was ook handig als men niet meteen een goed virtueel wormgat vond terwijl men recht naar een planeet suisde. Deze techniek had de mensheid gekregen van de Sagittarianen, de eerste aliens waar de mens mee in contact kwam. Ze werden zo genoemd omdat ze uit het centrum van het Melkwegstelsel kwamen, in de richting van het sterrenbeeld Sagittarius. Hun echte naam was namelijk onuitspreekbaar. Meer wist Dick ook niet van ‘starhopping’, behalve dat het met iedere andere voortstuwing een mensenleven zou duren om de afstand tussen twee dichte sterren te overbruggen.
De Sagittarianen waren een zeer vredelievend volk, tot grote verrassing van de Aardlingen die altijd in hun boeken en films verschrikkelijke invasies van buitenaardsen hadden beschreven. "Het Heelal is groot genoeg voor iedereen," pleegden ze te zeggen. En er zat iets in. Als je buurman je op de zenuwen werkt, ga gewoon ergens anders gaan wonen. Dan moet je natuurlijk wel die mogelijkheid hebben. Op de overbevolkte Aarde gingen alle oorlogen op de dag van het Eerste Contact over grondgebied. Toen iedereen de kans had naar een gloednieuwe kolonieplaneet te verhuizen hadden alle geschillen over grenzen, olievoorraden, nederzettingen en kuststroken plotseling geen zin meer. Ging ‘War of the Worlds’ trouwens niet over een slinkende watervoorraad ? De mensheid zwierf uit over het Melkwegstelsel. Niemand liep niemand meer in de weg.
Na een tijdje kwamen veel mensen zelfs weer terug naar de Aarde uit eenzaamheid. Men verlangde terug de stinkende zweetgeur van de medemens in te ademen. De Aarde was nu nog steeds wat je zou kunnen noemen overbevolkt, maar alleen al het besef dat men ieder ogenblik kon vluchten weerhield de mensheid ervan nog oorlogen uit te lokken. Het hielp ook veel dat men nu een constante toevoer van nieuwe grondstoffen en voedsel had vanuit de ruimtekolonies.
Dick liep naar de tafel en zette zich neer. Hij trachtte zich in te beelden dat hij weer op Aarde was, maar hij kon zich niet van het gevoel ontdoen in een lift te zitten die steeds sneller naar boven ging. Langzaam schonk hij zich een glas in. ‘Op je gezondheid,’ wenste Dick zichzelf toe. Hij had het gevoel dat dit zijn allerlaatste glas Goudendrank was.
Leven bleek helemaal geen uitzonderlijk verschijnsel in het Heelal, weer tot grote verbazing van de mens. Niet alleen de godsdiensten beleefden hun zwaarste dieptepunt, zelfs de grootste atheïsten kregen de ene cultuurschok na de andere te verwerken. Dick kon er nu van mee spreken na de belevenissen met Dindok. De ontdekking van weer een nieuwe intelligente levensvorm was nauwelijks nog vermeldenswaardig nieuws. De Sagittarianen hadden zich tot doel gesteld het hele Melkwegstelsel af te schuimen op zoek naar bewoonde werelden om hen de verlossende starhopping te schenken. Het conflict in het Spica-stelsel was geen lang leven meer beschoren.
* * *
Nu het water zich automatisch verzamelde in één punt, namelijk het afvoerputje, was het eenvoudig om een douche te nemen. Dick kleedde zich uit en stapte onder de waterstraal. Het duurde niet lang voor hij ‘Singin’ in the rain’ begon te zingen. Het was uitzonderlijk al een week geleden sinds de vorige sprong. Normaal was er één om de twee à drie dagen, maar wegens een misrekening was Dicks ruimteschip deze keer wat ver van een planeet terechtgekomen. Hij was zich net aan het afspoelen toen hij plotseling gewichtloos werd. Het water stopte automatisch met stromen, maar dit belette niet dat het overige samen met Dick begon te zweven door de douchecel.
‘Wat gebeurt er !’ riep Dick uit.
‘Ik neem maatregelen om een botsing te vermijden,’ antwoordde Alice.
‘Een botsing ?’ Dick probeerde de glazen deur te openen, maar die gaf niet mee. Eerst moesten alle waterdruppels worden weggezogen.
Zonder waarschuwing werd Dick tegen de wand geworpen. "Dit moet een versnelling van minstens 3 g zijn," dacht Dick, "gelukkig lig ik niet op de sproeierkop."
Met moeite riep Dick: ‘Wat gebeurt er toch ?’
‘We worden beschoten,’ zei Alice.
‘Beschoten ? De ruimtepolitie is toch niet zó drastisch geworden ?’
De deur van de douche ging open en Alice zei luid: ‘We worden geraakt, trek vlug je ruimtepak aan.’
"Dat zal moeilijk gaan als je drie keer zwaarder weegt dan normaal," wilde Dick net zeggen toen hij een luide ontploffing hoorde vanuit het motorgedeelte. Op hetzelfde ogenblik was hij weer gewichtloos. En ging het decompressiealarm af.
In een wolk van waterdamp haastte hij zich naar zijn ruimtepak aan de wand. Hij kroop er in en negeerde de Goudendrankgeur toen hij alle functies controleerde.
‘Verlaat zo vlug mogelijk het schip, Dick, want er is nog een tweede projectiel onderweg,’ raadde Alice aan.
‘En dan ?’ vroeg Dick.
‘Daarmee kan ik je niet helpen. Is je ruimtepak oké ?’
‘Ja.’
‘Hou je dan stevig vast voor onmiddellijke decompressie, ik open de nooduitgang,’ zei Alice.
Dick gespte zich vast aan de wand. Toen de opening in de romp van het schip groot genoeg was geworden, haakte hij zich los en duwde zich af naar de uitgang.
‘Ik heb een noodsignaal uitgezonden,’ zei Alice.
Dick wierp zich door de opening de zwarte ruimte in. Hij stelde kleine stuwraketjes op zijn rug in werking om zo op een veilige afstand van zijn ruimteschip de brokstukken te kunnen ontwijken die ongetwijfeld zouden volgen.
‘Veel geluk,’ wenste Alice hem over de radio toe.
‘Jij ook,’ zei Dick.
Dick had niet veel vertrouwen in het noodsignaal, het was een eenvoudig radiosignaal dat zich met de lichtsnelheid verplaatste. Een Montagzender was nog veel te ingewikkeld en te groot om aan boord van een ruimteschip te hebben. Met veel geluk zou het noodbericht al na een vijftigtal jaar door intelligente wezens worden opgevangen.
Dick had nog net kunnen zien dat hij zich boven de nachtzijde van de planeet bevond voor zijn ruimtehelm volledig besloeg door de hoge vochtigheidsgraad en de koude buitentemperatuur. Terwijl hij nog steeds naar de planeet viel, dacht hij: "Hopelijk nemen ze gevangenen."
Toen de verwarming in zijn pak de damp op zijn helm na enkele minuten had weggewerkt zag Dick dat het tweede projectiel van koers was veranderd. Zijn bolvormig ruimteschip, dat nu traag rond haar as draaide als een planeet, had nog steeds één inslagkrater ter hoogte van de conventionele hoofdmotoren.
‘Alice, wat zijn je waarnemingen ?’ zei Dick in zijn helmmicrofoon.
‘Een ruimteschip nadert ons ...’ hoorde Dick voordat de stem werd afgebroken door luid gepiep. Hij moest vlug zijn radio afzetten. "Een stoorzender," dacht Dick.
Hij zag inderdaad dat een ruimteschip hem naderde. Het zag er hetzelfde uit als zijn eigen schip, behalve dat het wat groter leek. Alice had zich inmiddels gestabiliseerd en deed nu een uiterste poging om met behulp van de retroraketten in een baan rond de planeet te komen. Het werd met rust gelaten. Ze - wie het ook waren - concentreerden zich nu op Dick want een kleine capsule maakte zich los en vloog recht op Dick af. "Ik zal niet sterven als een vallende ster," dacht Dick, "maar ik weet niet of dit goed of slecht is." De kleine capsule zweefde nu net naast Dick. Hij kon zien dat het leeg was. Een deur stond open als een uitnodiging om erin te kruipen. Dick worstelde zich door de kleine opening en daarop ging de deur dicht. De capsule keerde terug naar het vreemde schip en plaatste zich in een luchtsluis.
* * *
Nadat de luchtsluis werd geopend zag Dick iemand die hij herkende van de nieuwsuitzendingen : kapitein Drake. Men voerde hem meestal op als een folkloristisch figuur om de tijd te vullen, want nu men zelfs over het hele Melkwegstelsel berichtte, was het soms nog komkommertijd voor de journaals.
‘Wat een verrassing !’ riep de kapitein uit.
‘Dit kan geen toeval zijn,’ antwoordde Dick toen hij zijn helm had afgezet. ‘Het is onmogelijk dat jullie me konden vinden bij een onbekende planeet, één van de miljarden. En zo’n vlugge reactie. Dit kan niet anders dan voorbereid zijn.’
‘Inderdaad,’ zei kapitein Drake, ‘we moeten toegeven dat we je stonden op te wachten. En je bent mooi op schema.’
‘Hoe wisten jullie mijn reisschema ? Ik stel het immers zelf maar op onderweg !’
‘We kunnen het je maar gewoon verklappen: we hebben je boordcomputer de opdracht gegeven telkens de coördinaten van de nieuwe bestemming net voor de sprong door te seinen. Zo konden we je volgen. Bij je laatste sprong hebben we je schip met opzet wat uit koers laten brengen zodat we je deze week konden inhalen.’
Dick begon zich van zijn ruimtepak te ontdoen.
De kapitein merkte op: ‘Mag ik je trouwens feliciteren ? Je doet je reputatie alle eer aan. Die Goudendrankgeur zou ik overal herkennen. Hopelijk heb je nog wat overgelaten voor ons.’
Toen Dick uit zijn ruimtepak was gekropen, kwam hij weer in zijn blootje te staan.
‘Ik zie dat we je op een ongepast moment hebben gestoord,’ zei de kapitein monkelend voor hij één van zijn bemanningsleden opdracht gaf wat kleren te gaan halen. Hij vervolgde: ‘Nu is het jouw beurt om óns iets te verklappen. Hoe heb je de deur open gekregen ?’
Drake knikte bewonderend toen hij de uitleg hoorde.
‘Onze methode zal eenvoudiger zijn. Als we je boordcomputer konden herprogrammeren om je coördinaten door te sturen, dan zal je niet verbaasd zijn dat we iets hebben ingebouwd die de deur kan openen door gewoon maar drie woorden uit te spreken.’
‘Sesam, open u ?’ probeerde Dick.
‘Wat anders ?’ schaterlachte de kapitein.
Nu Dick al zijn kleren aanhad begon hij wat verder na te denken over zijn toestand en vroeg: ‘Waarom hebben jullie eigenlijk de moeite gedaan om mij op te pikken ?’
‘Dat heb je te danken aan iemand met veel overtuigingskracht,’ antwoordde de kapitein mysterieus. Eén van de bemanningsleden kwam de kapitein iets in het oor fluisteren. De kapitein wendde zich tot Dick: ‘Zoals we gepland hebben, is je schip in een baan rond de planeet geparkeerd. Over een uur zullen we kunnen koppelen. Als je me nu wilt excuseren.’ De kapitein zette zich af richting de deur en zei bij het verlaten van het vertrek: ‘Ik heb nog een verrassing voor je.’
Van om de hoek zweefde er een blauwkleurige, twee meter lange vrouw naar Dick toe.
‘Dick !’ riep ze verrukt uit. ‘Ik zou alles gedaan hebben om je terug te zien.’
‘Zoals het weggeven van de toegangscode van mijn schip, Dindok ?’ zei Dick rustig.
‘Ah Dick, mijn lieveling. Ik heb je nu toch gered ?’ Dindok omhelsde Dick en zei: ‘Ze zullen ons afzetten op mijn thuisplaneet. Is dat niet het einde ?’
Er schoot Dick iets te binnen: ‘Als je hier aan boord zat, hoe kon je dan iedere keer een brief versturen naar de Nucleus ?’
‘Oh, dat gaat automatisch. Ik moest zelfs de brieven niet zelf schrijven, gewoon het juiste onderwerp aanstippen.’
‘Vandaar het ene kind,’ mompelde Dick.
‘Wat ?’
‘Laat maar.’ Dick moest onwillekeurig denken aan het noodsignaal dat Alice had uitgezonden.
EINDE
© Kurt Dequick
|
see the Orion Nebula |
My home town |
| Help! | "We have to articulate ourselves, otherwise we're just cows in the field." | 63 |