M.C. Escher

(1898-1972)


English translation coming soon (-er or later)

Er is dus een contrast te constateren tussen twee groepen van mensen, die wij uit de massa kunnen losmaken, die wij onderling kunnen scheiden en met elkaar vergelijken omdat ze ideeën en opvattingen hebben, die verschillend georiënteerd blijken te zijn. Het is mij niet gelukt om twee typerende namen voor hen te bedenken. De woorden 'rationalisten' en 'sentimentelen' bijvoorbeeld, drukken niet uit wat ik bedoel. Bij gebrek aan beter, heb ik ze tenslotte maar 'begripsmensen' en 'gevoelsmensen' gedoopt, maar hun karakter kan pas uit hun beschrijving blijken.

Met 'gevoelsmensen' duid ik aan: een groep die, temidden van alles wat hun eigen persoon omringt, het meeste belang stellen in de verhouding van zichzelf tot hun medemensen en in het algemeen in de verhouding van mens tot mens. De niet direct menselijke verschijnselen van de buitenwereld, de natuur, de materie, de ruimte, zién ze wel-is-waar, maar het zegt hen allemaal niet zo érg veel, ze beschouwen het als iets van secundair belang, ze vatten het op als een enscênering, als een complex van attributen waarvan het doel is om er de mens in te doen uitkomen. Ze worden daar-en-tegen sterk geboeid door alle mogelijke problemen waarvoor de mensen in hun samenleving komen te staan. Ik noem ze 'gevoelsmensen', omdat ik meen dat allerlei begrippen, waar ze zich voor interesseren, zoals: maatschappij, staat, religie, recht, handel, en kunst meestal ook, in de eerste plaats te maken hebben met gevoelsverhoudingen tussen de mensen.

Kunstenaars behoren grotendeels tot deze groep. Dat blijkt uit de voorkeur die zij, sinds onheugelijke tijden, hebben voor het uitbeelden van de menselijke gelaatsuitdrukkingen en de menselijke gestalte, meer dan voor iéts anders; zij worden geboeid door het specifiek menselijke, door het lichamelijke zowel door het psychische. Maar ook al beelden zij niet direct de mens-zelf uit, ook al beschrijft de dichter een landschap en zelfs al maakt de schilder een stilleven, bijna altijd benadert hij het onderwerp vanuit zijn belangstelling voor de mens.

En dan is er die andere groep, waaraan ik de gebrekkige naam van 'begripsmensen' heb gegeven. Daartoe reken ik hén, die menen dat zij aan de niet-menselijke natuurverschijnselen, aan de aarde waarop zij leven en aan het heelal dat hen omringt, een eigen, van de mens onafhankelijke, betekenis mogen toekennen. Tot deze groep spreekt de stof, de ruimte, het heelal, in een eigen taal. Zij staan receptief tegenover de buitenwereld, zij nemen haar aan als iets dat objectief bestaat, buiten de mens om, dat ze niet alleen zién, maar ook met aandacht bekijken, dat zij kunnen bestuderen en dat zij eventueel zelfs, stukje bij beetje, trachten te doorgronden. Ze zijn bij machte zichzelf daarbij in sterkere mate te vergeten dan een gevoelsmens dat meestal kan.

Als iemand zichzelf vergeet, dan wordt hij daardoor volstrekt geen altruïst; als een begripsmens zichzelf vergeet, dan vergeet hij meteen ook zijn medemensen, hij verliest zichzelf en zijn menselijkheid door op te gaan in zijn object. Hij is in zekere zin dus contemplatiever aangelegd dan een gevoelsmens. Ieder die zich met aandacht en belangstelling richt op de stoffelijkheid in 't algemeen en wiens bezigheid hem daarbij niet direct noodzaakt om er de mens in te betrekken, hoort erbij. Een fabrieksarbeider of een timmerman kan er even goed toe behoren als een chemicus of een astronoom. Het zijn mensen voor wie de wereld zo reëel en tastbaar is, dat zij zich er meestal geen rekenschap van geven hoe subjectief of alles nochtans blijft. Want, voorzover ik weet, is er geen enkel bewijs van een objectieve realiteit buiten onze zintuigen om en ik zie niet in waarom wij de buitenwereld als zodanig moeten aanvaarden, enkel en alleen bij de gratie van onze zintuigen.

De realiteitsliefhebbers spelen dus misschien wel vertoppertje; in elk geval verstoppen ze graag zich zelf, hoewel ze zich daar meestal niet van bewust zijn. Ze doen het eenvoudig omdat ze nu eenmaal geboren zijn met realiteitszin, d.w.z. met een grote belangstelling voor de zogenaamde werkelijkheid, en omdat het een genot voor de mens is om zichzelf te vergeten. Maar het is best mogelijk dat er soms onderbewuste factoren van angst voor de duistere, ondoorgrondelijke menselijkheid in meespelen, waarvoor ze op de vlucht geslagen zijn. Desillusie, vermoeidheid, onmacht en andere remmingen, van allerlei aard, kunnen hen ertoe gebracht hebben om rust en verademing te zoeken in de omgang met zaken die minder gecompliceerd zijn en waaraan je meer houvast hebt dan aan het raadsel dat de mens-zelf is.

In deze omschijvingen heb ik geprobeerd om de kenmerken van de twee groepen scherp te laten contrasteren. En inderdaad geloof ik, dat er, bijvoorbeeld tussen beoefenaars van de exacte wetenschappen en die van de kunsten, een zekere tegenstelling bestaat. Er is dikwijls zelfs wederzijds een korzeligheid, een geïrriteerdheid en soms een geringschatting, van de één voor de ander, te bespeuren.

Maar gelukkig bestaat er in werkelijkheid geen enkel individu dat alléén maar gevoelseigenschappen, of alléén maar begripskenmerken heeft. Ze vloeien in elkaar over als de kleuren van de regenboog en vertonen zich niet scherp gescheiden.


"Life is a tragedy for those who feel,
And a comedy for those who think."

 

2 million
years ago
  (not an interesting
page...)


Help!
"We have to articulate ourselves, otherwise we're just cows in the field." 24